Onderzoeksvormen en actuele termen

Verkennend funderingsonderzoek (QuickScan / Fase 0)
Beperkte verkenning van beschikbare gegevens en het pand, met advies over een vervolgstap. Geen definitieve vaststelling van de funderingskwaliteit of resterende levensduur.
Funderingsonderzoek (Fase 1 en Fase 2)
Uitgebreider onderzoek naar gebouw en fundering. Methode en diepgang worden afgestemd op funderingstype en onderzoeksvraag.
Funderingsrisicorapport
Rapport met risico-informatie, gebruikte bronnen en betrouwbaarheid. Een modelmatige risico-inschatting is geen technisch onderzoek aan de fundering.
F3O
Historische naam van de brancheorganisatie en eerdere onderzoeksrichtlijnen. Bij een actuele opdracht moet de toepasselijke KCAF-richtlijn met versie worden vermeld; oude documenttitels behouden hun oorspronkelijke naam.
Nationaal Funderingsherstel Register (NHR)
Registratie van uitgevoerd funderingsherstel met onderliggende informatie. De scope van het herstel blijft bepalend; registratie is geen onbeperkte garantie.
Erkend en aspirant
Verschillende statussen binnen de KCAF-erkenningsregeling. Controleer de actuele status per expertise van een bedrijf.

Lees welke onderzoeksvorm bij uw vraag past

A B C D E F G H I J K L M
N O P Q R S T U V W X Y Z

A

Aanwasboor

Holle boor, afkomstig uit de bosbouw, voor het nemen van monsters uit de kern van een houten paal.

Aanzetsteen

Eerste steen links en rechts in een gemetselde boog.

Absolute zetting

Verplaatsing naar beneden van een pand of onderdeel, gemeten ten opzichte van een gekozen referentie, bijvoorbeeld Normaal Amsterdams Peil (NAP).

Actieve scheuren

Scheuren die nog steeds in beweging zijn.

Afschot

Schuin verloop van vloeren, daken, goten en leidingen om water snel af te kunnen voeren.

Afstandhouder

Hulpmiddel dat wapening op de juiste positie houdt, zodat de bedoelde betondekking kan worden gerealiseerd.

Amsterdamse fundering

Historische houten paalfundering met paalparen en dwarsverbindingen (kespen), waarop langshout en het metselwerk rusten. De feitelijke uitvoering kan per pand verschillen.

B

Bacteriële aantasting

Aantasting door bacteriën, ook wel palenpest genoemd. Deze aantasting kan tevens aanwezig zijn als er geen droogstand aan de orde is.

Belending

Aangrenzend pand of terrein.

Bel-etage

Eerste verdieping boven de begane grond of het souterrain.

Bemaling

Installatie voor de (tijdelijke) verlaging van de grondwaterstand.

Betonoplanger

Betonnen opzetstuk op een houten funderingspaal. Het houten deel kan daardoor dieper onder de grondwaterstand blijven. Afmetingen en aansluiting volgen uit het ontwerp en de feitelijke uitvoering.

Blinde muur

Een kopgevel waarin geen kozijnopeningen zijn aangebracht.

Borstwering

Metselwerk onder een raam of kozijn.

Bouwkundige eenheid

Samenhangende groep panden of bouwdelen die constructief of bouwkundig op elkaar kan inwerken. Een deskundige bepaalt de samenhang; perceel- of adresgrenzen vallen daarmee niet altijd samen.

Bouwmuur

Constructieve wand.

Bovenkant funderingshout

Het hoogste niveau van het houten deel van de fundering, bij voorkeur vastgelegd ten opzichte van NAP. De aansluiting met metselwerk of beton moet ter plaatse of uit betrouwbare stukken blijken.

Betonpalen

Funderingspalen van beton. Zij zijn niet gevoelig voor houtaantasting, maar kunnen wel problemen hebben door ontwerp, uitvoering, beschadiging, belasting of ondergrond.

Bodemdaling bij funderingen op staal

Vervorming van de ondergrond kan bij een ondiepe fundering leiden tot zakking en verschilzetting. Ook de verhouding tussen vloerhoogte, maaiveld en grondwater kan veranderen. De gevolgen verschillen per locatie.

C

Capillaire werking

Het opnemen of opstijgen van water in kleine poriën van grond of bouwmateriaal. De mate hangt onder meer af van de poriegrootte en het materiaal.

Console

Korte uitdragende (dwars)balk van staal of beton.

D

Dagmaat

De maat van de vrije opening (doorgang) in een deur of raamkozijn.

Dagkant

De zijden, haaks of afgeschuind, van de opening in een wand, kozijn, poort of boog.

Deurkalf

Tussendorpel in een kozijn boven een deur, onder het bovenlicht.

Dilatatie

Een constructieve naad in een bouwcomplex welke het mogelijk maakt dat de bouwdelen aan weerszijde van de dilatatie onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen.

Dook

IJzeren of koperen kram of bout waarmee stukken gehouwen steen onderling verbonden worden en die met lood wordt aangegoten in de daarvoor gemaakte groeven of gaten.

Dordtse fundering

Vrijwel gelijk aan de Rotterdamse fundering. In afwijking van de Rotterdamse fundering zit bij de Dordtse fundering tussen het langshout en de paal een kesp.

Droogstand

Situatie waarbij het grondwater beneden het niveau van het bovenste funderingshout staat.

E

Erosiebacterie

Bepaalde soort(en) bacteriën die een aantasting gelijkend op erosie van het hout veroorzaakt.

F

Freatisch grondwater

De waterspiegel in de bovenste bodemlagen.

Funderingsbalk

Een betonbalk boven de palen waarop het metselwerk rust. Gewoonlijk staat hieronder een enkele rij palen.

Fundering op staal

Ondiepe fundering die via stroken, poeren of een plaat op de ondergrond draagt, zonder lange funderingspalen. “Op staal” verwijst hier niet naar het materiaal staal.

Funderingshout

Het geheel van alle houten onderdelen van een fundering op houten palen. Dus palen, kespen, langshout en schuifhout.

Funderingsherstel

Methodiek om de fundering voor lange tijd voldoende draagkracht terug te geven.

Funderingstechnische handhavingstermijn

Een in een onderzoeksrapport onderbouwde inschatting van de periode waarin de fundering onder de beschreven omstandigheden kan blijven functioneren. Het is geen onbeperkte garantie of vaste geldigheidsduur voor ieder rapport.

G

Grondwaterpeil

De waterspiegel in de bovenste bodemlagen. Ander woord hiervoor is freatisch grondwater.
Ook wel grondwaterspiegel of grondwaterstand genoemd.

Grondwateronttrekkingen

Onttrekkingen van grondwater door drinkwaterleidingbedrijf, industrie en op bouwlocaties, bij tunnels etc.

Grout

Een mengsel van cement, water en hulpstoffen. Constructieve lijm waarin geen cement verwerkt is, wordt soms ook aangeduid als grout.

Gebrek aan draagkracht

De beschikbare weerstand van fundering en ondergrond is onvoldoende voor de optredende belasting. Mogelijke oorzaken zijn onder meer aantasting, extra belasting, bodemverandering of ontwerp- en uitvoeringsproblemen. Ook gelijkmatige zakking kan gevolgen hebben.

H

Handhavingstermijn

De in een onderzoek onderbouwde periode voor het blijven functioneren van de fundering onder bepaalde omstandigheden. Nieuwe schade of gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding zijn de inschatting te herzien.

Hardheidsmeter

Apparaat waarmee op gestandaardiseerde wijze de indringingswaarde van houten palen wordt gemeten.
Ook wel prikker, prikapparaat, pylodon, slaghamer of specht genoemd.

Op deze manier wordt de meting uitgevoerd.

H.o.h. afstand

Hart op hart afstand. Dit is de afstand tussen de twee middens van twee elementen, zoals bijvoorbeeld palen.

Houten funderingspalen

Funderingspalen van hout, veel toegepast bij oudere gebouwen. Zowel schimmel- als bacteriële aantasting kan relevant zijn. Bouwjaar alleen bepaalt niet welke paalsoort is toegepast.

Houten funderingspalen met betonoplanger

Combinatie van een houten paal met een betonnen opzetstuk. De aansluitdetails en hoogte van het hout verschillen per constructie en moeten uit betrouwbare gegevens of onderzoek blijken.

I

Indicatief onderzoek

Onderzoek met een afgebakende, beperkte scope. Het geeft aanwijzingen voor een vervolgstap, maar moet niet als een volledig technisch oordeel worden gebruikt. Lees doel en beperkingen in het rapport.

Indringingswaarde

De afstand in mm waarover de pen van de standaard prikker (hardheidshamer) het funderingshout binnendringt bij beproeving. Deze afstand is een maat voor de kwaliteit en aantasting van het funderingshout.

Infiltratiesysteem

Een systeem om grondwater toe te voegen tot een gewenst niveau.

Inklinking

De grond wordt door druk en uitdroging in elkaar gedrukt. Hierdoor zakt het maaiveld.

Instorting

Het aantal mm dat een houten paal is ingestort in een betonbalk.

J

K

Kesp

Verbindingshout tussen twee naast elkaar staande houten palen bij een Amsterdamse fundering, welke samen met de palen een zogenaamd juk vormt. Op de kespen wordt het langshout met het schuifhout aangebracht. Kespen kunnen ook voorkomen bij de Rotterdamse fundering. In dat geval staat er slechts één paal onder de kesp.

Kilgoot

Een goot tussen twee dakvlakken.

Kleefpaal

Korte funderingspaal, niet geslagen tot het diepe funderingszand, welke draagkracht genereert uit de wrijving (kleef) welke de paalschacht in omringende slappe grondlagen ondervindt.

Klic-melding

Melding aan het Kabels en Leidingen Informatie Centrum, waarmee informatie wordt verkregen van de aanwezige kabels en leidingen op het (bouw)terrein ofwel openbare ruimte.

Kruipluik

Luik in de beganegrondvloer om in de kruipruimte te komen.

Kruipruimte

Ruimte onder de beganegrondvloer.

L

Langshout

Houten balk, veelal gelegen onder een draagmuur, welke het gewicht van de constructie (het bouwwerk) overbrengt op de palen of paaljukken. Langshout komt voor bij de Amsterdamse en de Rotterdamse fundering.

Latei

Horizontale overspanning boven een metselwerkopening.

Lintvoeg + lintvoegwaterpasmeting

Bij de bouw was dit altijd een horizontale voeg in het metselwerk in een bouweenheid. De metselaar spande een horizontale draad waarlangs hij de stenen neerlegde. Door oude lintvoegen opnieuw te meten kan gezien worden of plaatselijk zakkingen zijn ontstaan.

M

Maaiveldhoogte

De hoogte van het maaiveld t.o.v NAP.

Mandeligheid

Een vorm van gebonden mede-eigendom van bijvoorbeeld een bouwmuur. Meestal een woningscheidende muur.

Meetbout

Vast meetpunt aan een gebouw waarmee hoogteveranderingen door herhaalde metingen kunnen worden gevolgd. Een meetboutmeting is iets anders dan het meten van een historische lintvoeg.

Metselverband

Patroon waarin stenen in het muurwerk worden gezet. Een hecht verband wordt bereikt door de verticale voegen in de lagen boven elkaar steeds te laten verspringen.

Monitoring

Het volgens een meetplan volgen van veranderingen in bijvoorbeeld hoogte, scheurwijdte of grondwater. Meetduur, frequentie, referenties en criteria voor actie hangen af van de vraagstelling.

N

NAP

Normaal Amsterdams Peil. Het referentieniveau van het Nederlands landmeetnet. NAP komt ongeveer overeen met de hoogte van de zeespiegel.

Negatieve kleef

Extra neerwaartse belasting op een paal doordat grond langs de paal zakt. De gevolgen hangen af van de belasting, paal en ondergrond; een paal wordt niet per definitie los onder een gebouw vandaan getrokken.

Neut

Blokje van steen of hout, waarop een deur- of raamkozijn rust. De stenen neut dient om verrotting van het kozijnhout door intrekkend vocht van regen- of schrobwater te voorkomen.

Nulmeting

Bouwkundige vooropname waarbij foto’s van o.a. muren en scheuren worden gemaakt en geregistreerd.

Niet onderheide fundering

Fundering zonder palen die direct op de onderliggende grond rust. Dit worden ook wel panden op staal genoemd of een “ondiepe fundering”.

O

Onderkant metselwerk of fundering

Het laagste niveau van het metselwerk of de betonbalk. Dit is niet gelijk aan de bovenkant van funderingshout. Bij metselwerk zit het schuifhout boven dit niveau en bij betonbalken zijn palen enkele cm ingestort (instorting).

Overstek

Gedeelte van een constructie die slechts aan één zijde wordt ondersteund.

P

Paaljuk

Het geheel van een kesp met daaronder twee palen bij een Amsterdamse fundering.

Paalkop

Het bovenste gedeelte van een funderingspaal.

Paalrot

Gebruikelijke benaming voor schimmelaantasting van houten funderingsdelen bij blootstelling aan zuurstof onder vochtige omstandigheden. De snelheid en gevolgen verschillen per situatie; er geldt geen vaste termijn waarna elke paal zijn draagkracht verliest.

Paalschacht

Buitenkant van een funderingspaal, van paalkop tot paalvoet.

Paalvoet

Onderkant van een funderingspaal.

Palenpest

Gebruikelijke benaming voor bacteriële aantasting van houten funderingspalen. Dit kan ook onder water voorkomen. Houtsoort en omstandigheden beïnvloeden het proces; leeftijd alleen bepaalt de resterende draagkracht niet.

Palenplan

Plan waarop de plaats van de palen in bovenaanzicht staat aangegeven.

Peil

Meestal bovenkant begane grondvloer.

Peilbuis

Verticale meetbuis met filter, waarin de grondwaterspiegel met een peillood kan worden vastgesteld.

Peilgebied

Gebied, veelal afgebakend door een watergang of dijk (polder), waarbinnen door het waterschap middels bemaling een stabiel open waterpeil gehandhaafd wordt.

Penant

Metselwerk naast of tussen raam of deurkozijnen.

Poer

Plaatselijke verbreding of blokvormig onderdeel dat een geconcentreerde belasting naar de ondergrond of palen overdraagt. Een poer staat niet noodzakelijk op meerdere palen.

Prikker

Zie hardheidshamer.

Prikapparaat

Zie hardheidshamer.

Primaire net peilbuizen

Een aanduiding voor een peilbuizennet. De betekenis, meetperiode en dichtheid zijn afhankelijk van de beheerder. Raadpleeg de toelichting bij het betreffende meetnet.

PvE

Pakket van Eisen, gebruikt voor o.a. de offerteaanvragen voor funderingsherstel.

Pylodon

Zie hardheidshamer.

Q

R

Retourbemaling

Installatie waarmee het door de bemaling opgepompte water op enige afstand weer in de grond wordt terug gebracht.

Rollaag

Een in het verband van een muur gemetselde laag van op zijn kant gemetselde stenen. Meestal boven kozijnen.

Roosterhout

Horizontaal roosterwerk van hout onder funderingen op staal; ook wel liggend roosterwerk genoemd.

Rotterdamse fundering

Fundering bestaande uit een enkele rij houten palen, onderling verbonden door langshout. Op het langshout zit nog een schuifhout om het metselwerk op zijn plaats te houden. Soms zit tussen paal en langshout een kesp. In dit geval spreekt men ook wel van een Dordtse fundering.

S

Scheefstand

De scheefstand ten opzichte van het horizontale vlak.

Scheurvorming

Het geheel (en het patroon) van de scheuren in het pand.

Schimmelaantasting

Aantasting van hout door schimmels. Het beperken van droogstand kan onder passende omstandigheden verdere aantasting helpen beperken, maar maakt verloren houtsterkte niet ongedaan. Beoordeling van draagkracht blijft nodig.

Schuifhout

Houten balkje op het langshout bij een Amsterdamse of Rotterdamse houten paalfundering. Bedoeld om het metselwerk op zijn plaats te houden.

Secundaire net peilbuizen

Een aanduiding voor een aanvullend of fijnmaziger peilbuizennet. Controleer bij de beheerder de meetperiode, meetwijze en representativiteit voor een pand.

Slaghamer

Meetinstrument dat middels een veer een stalen punt met vaste energie wegslaat. Uit de mate van indringing van de stalen punt kan de aantasting van de paal worden bepaald alsmede de restdraagkracht.

Slangenwaterpas

Apparaat waarmee het hoogteverschil tussen twee punten kan worden gemeten.

Sondering

Geotechnisch onderzoek waarbij een meetconus de grond in wordt gedrukt. De gemeten weerstand en andere meetgegevens geven informatie over de bodemopbouw en eigenschappen.

Spatkracht

Horizontaal gerichte kracht onder bogen en gewelven.

Specht

Apparaat waarmee op gestandaardiseerde wijze de indringingswaarde van houten palen wordt gemeten.

Stempel

Hulpconstructie voor tijdelijke ondersteuning.

Stalen buispalen

Stalen buispalen worden gebruikt om bij gebleken funderingsproblemen  een nieuwe fundering onder een bestaande woning aan te brengen.

T

Trasraam

Onderste deel van de gevel, gemetseld in minder wateroptrekkend steen.

Trompverbinding

Verbinding van stalen buissegmenten door een van de segmenten over geringe hoogte op te rekken.

U

UGT

Uiterste Grens Toestand.

V

Venster

Lichtopening, doorgaans voorzien van een kozijn gedekt door een boog in al zijn vormen, een strek of latei.

Versnijding

Bij een gemetselde fundering op staal of Amsterdamse fundering, de stapsgewijze afname van de breedte het metselwerk van onder naar boven.

Vlechting

Versiering in metselwerk, waarbij loodrecht op de schuine zijkanten van een puntgevel lagen baksteen op de horizontale lagen zijn geplaatst.

Vlechtwerk

Siermetselwerk in de boogvelden van ontlastingsbogen of in bakstenen friezen.

Vijzel

Hydraulische cylinder.

W

Waterpasinstrument

Een instrument waarmee hoogteverschillen t.o.v het horizontale vlak kunnen worden gemeten.

Waterpassing

Nauwkeurige niveaubepaling.

X

Y

Z

Zakking/zetting

Neerwaartse verplaatsing van grond, een gebouw of een funderingsonderdeel ten opzichte van een referentie. Oorzaak en gevolgen moeten afzonderlijk worden beoordeeld.

Zettingsverschillen

Verschillen in zakking tussen twee of meerdere onderdelen van panden of funderingen. Zakkingen op zich hoeven niet tot schade te leiden. Zettingsverschillen leiden bij bepaalde grootte meestal wel tot schade.