Funderingsrisicorapport2021-11-30T12:37:38+01:00

Waarom een Funderingsrisicorapport?

In Nederland ontbreekt het op landelijkniveau aan een registratie die bijhoudt welke soort type fundering onder een pand is toegepast, wat de kwaliteit van die fundering is of dat een fundering is hersteld omdat het eerder funderingsproblemen heeft ontwikkeld.

Er zijn diverse inschattingen maar in Nederland zijn er ca. tussen de 700.000 en 1 miljoen panden in die een funderingsprobleem heeft of gaat ontwikkelen in de komende decennia. Het bijhouden van het type en kwaliteit van een fundering is een belangrijke registratie om op orde te hebben. Zeker ook wanneer de invloed van klimaateffecten en de bijhorende schadeprognoses wordt  meegenomen.

Als Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek beogen wij met onze database FunderMaps deze registratie zo goed als mogelijk compleet te krijgen. Dat is een behoorlijke opgave die alleen met terugwerkende kracht uitgevoerd kan worden. Immers alleen panden met een bouwjaar na ca. 1970 ontwikkelen doorgaans geen funderingsprobleem meer door gebruik van betonpalen. De 1970 is geen harde lijn en kan, zoals uw situatie ook duidelijk maakt, enkele jaren afwijken per regio.

Funderingsrisicorapport

KCAF-NRVT-NWWI

Het funderingsrapport wordt automatisch door het NWWI ter beschikking gesteld voor te valideren taxaties.

 Wat houden de gegevens en de risicoinschatting in?

De gegevens zoals het funderingstype en de risico inschatting behorende bij een bepaald soort funderingsrisico worden ontsloten voor taxatie doeleinden. De gegevens worden daarmee geleverd aan deskundige partijen zoals een taxateur, makelaar of bouwkundige die de informatie ook kan duiden en op locatie kan beoordelen. Het is aan deze deskundige partij om op basis van de ontsloten gegevens uit FunderMaps op locatie het funderingsrisico vast te stellen of te nuanceren.

Wat is de betrouwbaarheid van de gegevens?

Niet voor elk pand in Nederland zijn er gegevens beschikbaar over het type fundering en de kwaliteitsgegevens. Op dit moment zijn er in FunderMaps, de database applicatie van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF), van ca. 1 op de 40 panden in Nederland met een bouwjaar van voor 1970 gegevens over de fundering bekend. Indien er gegevens op pandniveau beschikbaar zijn worden dat vastgestelde gegevens genoemd. Wanneer binnen een bouweenheid (vergelijkbare bebouwing als naastgelegen panden) vastgestelde gegevens beschikbaar zijn gelden die uitgangspunten voor alle panden binnen de bouweenheid. Dit heet een afgeleide kwaliteit. Met deze vastgestelde en afgeleide gegevens wordt door toepassingen van modellen een voorspelling gedaan voor de panden waar die gegevens niet van beschikbaar zijn.

Deze modellen geven een indicatie van het meest waarschijnlijke funderingstype. De bepaling van de indicatieve funderingskwaliteit berekent het model met behulp van verschillende data over de ondergrond, grondwater en in sommige delen van Nederland ook zakkingsmetingen van panden gemeten vanuit satellieten. Deze modelgegevens worden indicatief genoemd.

Op het funderingsrisicorapport waar de funderingsgegevens op worden ontsloten staat altijd vermeld of het om vastgestelde, afgeleid of indicatieve waarde gaat.

Zijn er nog andere gegevens beschikbaar?

Ja. Hoewel het de ambitie is om de landelijke database zo gevuld mogelijk te krijgen is het KCAF afhankelijk van beschikbare databronnen. Niet alle soorten informatie kunnen en mogen geïnventariseerd worden. Daarnaast zijn er informatiestromen uit digitale archieven van Gemeentes die niet eenduidig kunnen worden gekoppeld. Denk hierbij aan PDF-archiefstukken die iets over pand en wijk kunnen zeggen maar die niet met  koppeling aan adres  beschikbaar zijn.

Voor de bronnen is onderstaande index ter beschikking. Aanvullende informatie kan daar worden opgehaald of worden opgevraagd. Deze informatie dient beschouwd te worden ter vervanging van de gegevens uit het Funderingsrisicorapport.

Voorts zijn er Gemeente die via een loket actief informatie ontsluiten op aanvraag. Deze funderingsloketten  zijn er voor de Gemeentes:

Wat als de gegevens niet kloppen?

De gemiddelde accuraatheid van het model is hoog maar het blijft een modelberekening. Het kan dan ook voorkomen dat het model een onjuiste conclusie voor het funderingstype heeft getrokken. Daarmee is ook de risicoschatting niet juist. In het geval van een misclassificatie kan een melding worden gemaakt. Op basis van de meldingen worden de gegevens, indien juist bevonden, aangepast en verwerkt.

Meldingen zijn dan ook altijd welkom voor verwerking. Daarmee wordt de database meer compleet en neemt de betrouwbaarheid van het model verder toe. Documenten, zogenaamde bewijsvoering, zijn dan welkom maar niet noodzakelijk.

Een melding of verzoek tot wijziging van gegevens kan gemaakt worden door pandeigenaar of door de professional op locatie. Op het moment gaat dit via de email maar wordt binnenkort vervangen door en gemakkelijk online formulier.

Wijzigingen doorgeven

FAQ

Er wordt onderscheid gemaakt in 3 niveaus:

  • Laag – Nieuwbouw woningen, hersteld panden of zeer stabiele panden kennen geen risico.
  • Midden – Er zijn geen concrete toetsing gefaald of gegevens beschikbaar die tot ene verhoog risico leiden. Wel zijn de ingrediënten aanwezig. Zoals de aanwezigheid van een houten paalfundering of een oude niet onderheide fundering.
  • Hoog – Bij een hoog risico is er voor het correspondeerden funderingsrisico een toetsing niet gehaald of een bewijslast beschikbaar van een probleem. Dit kan een verhoogd zakkingsgedrag zijn of kwaliteitsgegevens in de database.

Globaal gezien zijn er twee groepen fundeirngstype die elk een onderverdeling kennen:

Fundering op palen

  • Funderingspalen gemaakt voor (voorgespannen)beton
  • Houten funderingspalen, gemaakt van grenenhout en vurenhout.
  • Houten funderingspalen met een beton opzetter
  • Stalen buispalen, gevuld met zand en/of beton

Een niet onderheide fundering. Ook wel bekend als een fundering op staal

  • Fundering op stroken, poeren of plaat direct op (gestabiliseerde) zandgrond
  • Fundering op slieten (korte takken verticaal in de grond gestoken)

Elk type kent eigen varianten en zijn eigen faalmechanismes. Zo is een grenen houtenpaal bijvoorbeeld gevoelig voor bacteriële aantasting en vuren houtenpalen niet. Beide houtenpalen zijn wel gevoelig voor schimmel dat optreedt bij droogstand van de houten palen.

Beide groepen fundering kennen eigen funderingsrisico’s

Houten palen

  • Droogstand: Door het bereiken van zuurstof bij de houten paal gaat het schimmelen en rot het hout, en daarmee de fundering, weg. Met als gevolg het verliezen van draagkracht en het wegzakken van het pand tot gevolg. Zuurstof komt bij een paal wanneer de houten paal boven het grondwater uitsteekt. Vandaar dat funderingsrisico ook de naam “Droogstand” draagt.
  • Palenpest: Een grenen houtenpaal is gevoelig voor bacteriële aantasting. Deze bacterie is vanaf aanleg al in hout aanwezig en vreet van binnenuit over de gehele lengte het hout van de paal op. Met als gevolg het verliezen van draagkracht en het wegzakken van het pand tot gevolg.

Niet onderheide fundering

  • Ontwateringsdiepte: Wanneer de grondwaterstand te hoog staat onder een fundering op staal kan vocht optrekken in de constructie. Schimmels vorming treedt aan de binnen en buitenkant van de muren en kan op termijn de constructieve eigenschappen van een pand aantasten.
  • Grondwaterstandsfluctuatie en daling: Door een zakkende grondwaterstand, vaak voorbij een niveau dat jaren lang hetzelfde is geweest, kan consolidatie van cohesieve gronden optreden. Klei en veen pakketten die droog komen te staan worden samengedrukt. Met als gevolg wegzakken van het pand.

In de database worden ook actief panden bijgehouden die zijn hersteld. Dit zijn panden die voorheen een funderingsprobleem hebben gekend maar sinds zijn hersteld en doorgaans vrij zijn van fundeirngsrisico’s.

Het is niet uitgesloten maar wel verwaarloosbaar klein. Er zijn situatie bekend waarbij panden met een betonpaal fundering funderingsproblemen kennen. Dit zijn niet de funderingsrisico’s waar de fundeirngrisicomodellen van FunderMaps geen rekening mee kunnen houden.  Vaak wordt de oorzaak gevonden in een constructie of uitvoeringsfout. Doorgaans is de kans echt bijzonder klein op funderingsproblemen bij deze panden. De hedendaagse berekeningsmethodiek omvat veel veiligheid en de uitvoering veel ervaring en kunde.

Ja. De pandgegevens zijn niet privacy gevoelig. Denk hierbij aan de vergelijking met ontsluiting van technische gegevens en de schadehistorie van een auto dat via het kenteken kan worden opgevraagd of aan het openbaar ontsloten energielabel van woning.

FunderMaps neemt data op dat uit eigen (archief)onderzoek wordt ingewonnen, dat  binnenkomt via het online funderingsloket (https://loket.kcaf.nl) en van de melder gedeeld mag worden, dat openbaar wordt ontsloten via Gemeentelijke data portalen of bij gebruikers van FunderMaps (vaak Gemeentes, waterschappen en Woningcorporaties) die hier goedkeuring voor hebben gegeven, Niet alle gebruikers van FunderMaps delen de informatie actief.

Nee, het Funderingsrisicorapport van FunderMaps is een bijlage die de taxateur ontvangt op het moment dat er een voortgangsmelding met een datum wordt gedaan en bevat informatie over het risico op schade aan de fundering. Beschikbare onderzoeksgegevens, waaronder geïnventariseerde funderingsonderzoeken conform richtlijn F3O/KCAF, kunnen wel zijn gebruikt voor het Funderingsrisicorapport. Dit is dan aangegeven op de rapportage.

De ‘F30/KCAF-funderingsrapportage’ is een rapport dat is opgesteld door een deskundige die ter plaatse de toestand van de fundering heeft onderzocht en daarvoor een rapport heeft geschreven met eventuele herstelkosten en een inschatting van de periode wanneer de fundering hersteld moet worden.

De indicatieve herstelkosten zijn bepaald per pand. Wanneer er meerdere adressen in een pand voorkomen, bijvoorbeeld bij een boven- en benedenwoning, dienen deze kosten verdeeld te worden over het aantal adresseerbare woningen en/of eigenaren.

De keuze hiervoor is dat de herstelopgave op pandniveau ligt en niet afzonderlijk op adresniveau uitgevoerd kan worden.