Onze koeien laten wegzakken of onze huizen laten instorten: bodemdaling dwingt ons te kiezen

KCAF heeft bijgedragen aan dit artikel van Pointer.

We hebben een rijke historie als het gaat om onze verhouding met water. En het speelt een belangrijke rol bij onze landbouw en drinkwatervoorziening. Dat vraagt wel om goed management en beheer. En daar willen de belangen nog wel eens botsen.  Nederland, waterland: maar wie bepaalt en wat zijn de gevolgen?

“Dit is allemaal scheur, scheur, scheur”, zegt Ellen Dekker terwijl ze wijst naar de muren en het trappetje van de kelder. Dan wijst ze naar beneden: “De vloer hangt in de lucht. Als we nu met z’n tweeën hard springen, dan kan het zijn dat we er doorheen zakken, want er zit hier niets onder.” In de zomer van 2018 begon de simpele, maar prachtige ouderwetse boerderij van Ellen, Pieter en hun twee zonen op het Friese platteland letterlijk in tweeën te scheuren. De woonkamer en één van de kinderkamers komen los van de rest van het huis. “We grappen wel eens dat onze zoon straks op zichzelf gaat wonen.”

Niet alleen natuurlijke oorzaken, zoals een droge zomer, hebben invloed op het grondwaterpeil. Dat wordt ook beïnvloed door de stand van het oppervlaktewater en het waterpeil van elke sloot, meer en rivier dat in Nederland kunstmatig wordt gereguleerd. En de hoogte van het peil is afhankelijk van de functie van het land. Moeten koeien en zware machines het land op kunnen? Dan moet het waterpeil omlaag, anders zakken ze weg in het drassige land. En dat is waar het verkeerd ging voor de familie Dekker. Hun huis staat namelijk in een agrarisch gebied, waar het waterpeil kunstmatig laag wordt gehouden. Terwijl zij juist gebaat zijn met meer water om paalrot en daarmee verzakkingen te voorkomen.

Degenen die verantwoordelijk zijn voor het bepalen en handhaven van waterpeilen in Nederland zijn de 21 waterschappen. Hun mantra is ook: “Peil volgt functie”. In agrarische gebieden is bodemdaling dus iets vanzelfsprekends en dat is ook de boodschap aan de familie Dekker. “Het waterschap zei tegen ons: ‘De functie van dit land is agrarisch, dus als je gebouw daardoor instort, heb je gewoon pech. Dat weet je, dat hoort erbij’.”

‘De functie van dit land is agrarisch, dus als je gebouw daardoor instort, heb je gewoon pech.’

700 jaar bodemdaling

Bodemdaling is niet alleen een groot probleem voor wegzakkende huizen. Dat punt maakt GroenLinks-kamerlid Laura Bromet: “Een groot deel van Zuid-Holland, Noord-Holland en Friesland bestaat uit veen, grond die gevoelig is voor verzakking. Al honderden jaren wordt het water daar weggepompt ten behoeve van de landbouw en hierbij komt enorm veel CO2 bij vrij. Het is zelfs te vergelijken met twee kolencentrales.” Samen met Tjeerd De Groot van D66 heeft Bromet begin deze zomer een initiatiefnota ingediend waarin ze pleit voor een hardere aanpak van de bodemdaling: “We moeten waterpeilen niet meer gaan verlagen.”

Toch is niet iedereen ervan overtuigd dat alleen een hoger waterpeil bodemdaling gaat oplossen. “Het gaat al 700 jaar zo en het was nooit een probleem”, zegt Jan Bikker, boer en bestuurder van het waterschap Rivierenland. Met bijna vijftig jaar ervaring in het waterschap is Bikker één van de langstzittende waterschapsbestuurders in Nederland. “Sommigen roepen dat de peilen omhoog moeten. Tot wetenschappers aan toe. En dat ergert me. Het lost niets op. De relatie tussen sloot- en grondwaterpeil is heel beperkt.” Zijn boerderij ligt in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, tussen de Lek en Merwede. Bodemdaling in dat gebied waar een laag klei op het veen ligt, is volgens hem niet door de hoogte van waterpeilen op te lossen. De grond zakt volgens hem door meerdere redenen, zoals bijvoorbeeld door drinkwaterwinning in de regio: ”Het wordt nog wel ontkend, maar sinds water werd gewonnen voor consumptie, daalde de bodem de eerste tien jaar vijf keer zo hard.”

“Diverse schapen van mij verzopen omdat het peil te laag is”
– Pieter Heikoop, boer

“In de jaren ‘70 was het beleid nog zoveel mogelijk water wegtrekken, hoe droger hoe beter. Het land warmt dan sneller op en je kan er vroeger op in de lente”, legt Peter Heikoop uit, een andere boer uit dezelfde regio. Hij vindt dit beleid om meerdere redenen onverstandig. “Diverse schapen van mij verzopen omdat het peil te laag is. Ze moesten veel dieper in de sloot om bij het water te kunnen en kukelden erin.” Daarnaast eist de sloot met een lager peil veel meer onderhoud. “Ik heb meerdere keer gezien dat tientallen meters van de wal in de sloot is gevallen omdat de zijwaartse druk van het water weg was. Dit spoelt langzamerhand in de hoofdwatergang en moet eens in de zoveel jaar worden uitgebaggerd.” Heikoop nam de boerderij van zijn vader eind jaren 90 over. “Tot nu toe ervaar ik dat alles in het waterschap nog gericht is op het ouderwetse idee van we moeten ervoor zorgen dat landbouwproductie maximaal is.”

Waterschappen van boeren

Het waterschap zorgt er voor dat water wordt weggepompt als het land te nat wordt, en dat sloten voor boeren worden gebaggerd. Dat het zo is geregeld is niet gek: boeren zijn ook de grondleggers van waterschappen. Sinds 1300 regelden en betaalden vooral de boeren waterveiligheid en waterbeheer. Ze kozen waterschapsbestuurders vanuit hun eigen kringen. Zo was het tot de jaren ‘70 in de vorige eeuw. Sindsdien zijn ook de bedrijven, eigenaren van gebouwen en inwoners in de waterschappen meegenomen: mensen die affiniteit hadden met water worden op persoonlijke titel in het waterschap gekozen. Politieke partijen en democratische verkiezingen in het waterschapsbestuur zijn iets van de 21e eeuw. Ondanks dat het aantal boeren in waterschapsbesturen door deze veranderingen flink gedaald is, is het anno 2019 nog steeds aanzienlijk. Van de dertig zetels in het algemeen bestuur van een waterschap vullen de boerenbelangenorganisaties drie tot vier zetels met hun eigen leden. Daarnaast stellen boeren zich verkiesbaar via politieke partijen, vooral via het CDA en de VVD. In Wetterskip Fryslan, waar de familie Dekker onder valt, zitten zo drie boeren via de geborgde zetels  en tenminste vijf andere bestuurders met agrarische nevenfuncties via de politieke partijen. In Waterschap Rivierenland, waar Bikker in het bestuur zit en Heikoop onder valt, zitten vier boeren via de geborgde zetels en zes agrariërs via politieke partijen. Agrarische geborgde zetels komen in het dagelijks bestuur bij zeventien van de 21 waterschappen het vaakst voor. Agrariërs kunnen dus een groot aandeel hebben in een waterschap en in de besluiten die daarin worden genomen.

In een waterschapsbestuur hebben boeren minimaal 10 procent van de zetels

In de meeste waterschappen is dat meer. Donkerder paars betekent meer boeren

Boeren in het bestuur

In de initiatiefnota bodemdaling van deze zomer pleitten GroenLinks en D66 ook voor een nieuwe evaluatie van geborgde zetels bij het waterschap. De reden zou zijn dat beslissingen binnen het waterschap ‘te eenzijdig op kortetermijnbelangen van de landbouw zijn gericht’. De minister van Landbouw heeft toegezegd om deze in 2021 opnieuw te evalueren. Maar Bikker, fractieleider van de agrarisch geborgde zetels in waterschap Rivierenland, is hier sceptisch over: “Een waterschap moet er niet aan denken om de geborgde zetels van de agrariërs af te schaffen. Wat de kerntaken betreft hebben we de meeste kennis in huis.” Daarmee bedoelt hij vooral de veiligheid tegen wateroverlast en beheer van het watersysteem. “De kennis van het gebied vertaalt zich weer in draagvlak, bijdrage in natura in het beheer en onderhoud, en realiteitswaarde van maatregelen die we nemen in het waterschap.”

Juist over het betrekken van politieke partijen bij waterschappen heeft Bikker gemengde gevoelens: “Politieke groeperingen, en op zich is dat legitiem, die hebben politieke idealen. Dat is iets heel anders als het behartigen van de kerntaken van de waterschappen. De kennis ten aanzien van de materie, de fundamentele, praktische kennis ontbreekt daar bij velen.” Maar volgens bio-boer Heikoop moeten waterschappen eigenlijk een andere taak krijgen: “Ze moeten zoetwatervoorziening laten bufferen, het hele klimaatgebeuren moeten ze meenemen en daar zo goed mogelijk beleid op voeren. Daar zit een cruciaal punt. Het is niet puur een productiemiddel, die polder. Je moet het zien als een stukje aarde waar we met z’n allen op kunnen leven.”

Mini-moerasgebied

Hoe moet het nu verder met de waterpeilen? “We staan open voor maatschappelijke belangen, we zitten echt niet vastgeroest. Op klimaatadaptatie zijn enorme stappen gemaakt. Maar wil je daar je doelen bereiken, dan heb je de agrarische wereld nodig”, zegt Jan Bikker. Peter Heikoop staat daar iets anders in. “We zijn minder dan drie procent van de Nederlandse bevolking. We moeten toch begrijpen dat we met de 97 procent rekening mee moeten houden.” Sinds veertien jaar verlaagt het waterschap het waterpeil in hun polder niet meer: “Na wat felle discussies met het waterschap is toen afgesproken dat hier, als enig poldergebied van heel Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, het waterpeil de bodemdaling niet meer gaat volgen.” Nu is Heikoop met twee andere boeren van de regio bezig om projecten op te zetten waar ze kunnen experimenteren met een flink verhoogd slootpeil. Dit met behulp van zogenaamde drukdrainage: “Hier in dit gebied met een flinke kleilaag kan je de bodemdaling echt stoppen. En elke sloot kan dan een klein mini-moerasgebiedje worden waar insecten zich kunnen vestigen.”

Een aantal waterschappen is langzamerhand bezig met het tegengaan van bodemdaling. De Stichtse Rijnlanden, het waterschap dat grotendeels in de provincie Utrecht en Zuid-Holland ligt, is van plan om vanaf volgend jaar het waterpeil in veenweidegebieden langzamer te laten zakken. Maar betekent dit dat de koeien straks het land niet meer op kunnen? “Misschien moet je er wel voor kiezen om in sommige gebieden de landbouw te laten verdwijnen”, zegt Laura Bromet van GroenLinks. Dit jaar trok het kabinet een miljard euro vrij voor het vergroenen van de landbouw. Bikker laat dat ook als mogelijkheid toe: “Een aantal groeperingen beoogt een andere functie voor de landbouwgrond. Dat mag. Een akkerbouw-collega van mij zei: ‘Koop het op, betaal een redelijke prijs, dan vertrek ik wel naar elders’.”

De Dekkers zoeken nog steeds naar een oplossing voor hun verzakkende huis. Herstel van de fundering zou op een flinke som van 500.000 euro neer komen. “Dat is niet haalbaar”, zegt Ellen Dekker. “Een agrariër wordt gecompenseerd, maar de burger niet”, zegt ze. “We wachten tot het instort en hopen dat we mazzel hebben en dat het pas over tien jaar gebeurt.” Haar man voegt toe: “Tot die tijd kunnen we een beetje sparen. Voor een mooie tent of een tipi of zo.”

Ondersteunend onderzoek door Thomas Mulder

Filmpje ingesproken door Hay Kranen

Tekst geschreven door Pointer onder naam van: A. Homolová, W. van der Waal, W. Hoek

2019-10-05T21:19:08+01:005, oktober, 2019|Informatie funderingsproblematiek, Onderzoek|